The Seattle Times en Newsday hebben OpenAI en Microsoft aangeklaagd wegens vermeende schending van auteursrechten. De rechtszaak werd op 4 september ingediend bij een federale rechtbank in New York en sluit aan bij een groeiende reeks juridische conflicten tussen mediabedrijven en AI-ontwikkelaars.

Volgens Reuters stellen de kranten dat hun websites zijn gekopieerd en dat artikelen, waaronder materiaal achter betaalmuren, terechtkwamen in datasets die worden gebruikt voor AI-producten. De uitgevers voeren aan dat hun journalistiek zonder toestemming is gebruikt en dat AI-systemen vervolgens antwoorden kunnen produceren die passages reproduceren of artikelen nauwkeurig parafraseren.

De zaak gaat daarmee over twee verschillende vragen. De eerste is of het gebruik van journalistieke content voor het trainen van AI onder het Amerikaanse auteursrecht is toegestaan. De tweede is wat er gebeurt wanneer een AI-systeem vervolgens output geeft die dicht tegen bestaand journalistiek werk aanligt.

Voor uitgevers staat er bovendien een economisch belang op het spel. Nieuwsorganisaties investeren in verslaggevers, onderzoeksjournalistiek, fotografie, data en redactie. Wanneer gebruikers antwoorden rechtstreeks via een AI-systeem krijgen, kunnen zij minder vaak doorklikken naar de oorspronkelijke publicatie. Dat kan gevolgen hebben voor advertentie-inkomsten, abonnementen en de financiering van journalistiek.

Voor AI-bedrijven is de tegenwerping dat moderne modellen niet simpelweg functioneren als een database waarin artikelen één op één worden opgeslagen. Zij wijzen op het belang van brede trainingsdata en op juridische principes rond publiek beschikbare informatie en fair use. De precieze grenzen daarvan worden momenteel in verschillende rechtszaken uitgevochten.

De zaak van Seattle Times en Newsday is daarom relevant voor vrijwel iedere uitgever die met AI te maken krijgt. Als rechtbanken strengere grenzen stellen aan het gebruik van nieuwscontent, kan dat de manier waarop AI-modellen worden getraind veranderen. Als technologiebedrijven grotendeels gelijk krijgen, blijft de discussie bestaan over compensatie en de economische positie van de media.

Voor AIGAZET en andere digitale media is de ontwikkeling een duidelijke herinnering dat AI en journalistiek steeds nauwer met elkaar verweven raken. De technologie kan helpen bij onderzoek en productie, maar de vraag wie eigenaar blijft van de onderliggende informatie en wie daarvoor wordt betaald, zal de komende jaren minstens zo belangrijk zijn als de techniek zelf.